Een fiets huren
Wie geen eigen fiets meeneemt, huurt er meestal een bij een lokale verhuurder in de startplaats van de route. Voor een meerdaagse tocht is een fiets met versnellingen en een bagagedrager praktisch onmisbaar — de meeste verhuurders bieden ook elektrische fietsen aan, wat vooral op winderige dagen op de kustroutes een groot verschil maakt. Reserveer in het hoogseizoen (juni tot en met augustus) vooraf: populaire startplaatsen als Amsterdam en Maastricht zijn dan regelmatig uitverkocht.
OV-fiets: de huurfiets van de Spoorwegen
Naast lokale verhuurders bestaat er een landelijk systeem: de OV-fiets, uitgegeven door de Nederlandse Spoorwegen en beschikbaar bij de meeste treinstations. Je huurt de fiets per rit af via een OV-chipkaart of de NS-app, meestal voor een paar uur tot een hele dag. Dit is vooral handig voor het laatste stukje vanaf het station naar je overnachtingsadres, minder voor een hele meerdaagse route — de fietsen zijn stadsfietsen zonder bagagedrager voor grote tassen.
Je fiets mee de trein in
Een eigen fiets kun je in Nederland meenemen in de trein, maar niet zomaar op elk moment. Op werkdagen geldt een spitsverbod: buiten de ochtendspits en de avondspits is een fiets meestal welkom, tijdens de spits meestal niet. Daarnaast betaal je voor de fiets zelf een aparte fietsdagkaart, los van je eigen reiskaartje — dat kaartje koop je vooraf via de NS-app of aan het station, niet achteraf bij de conducteur.
Voor een tochtje van meerdere dagen is dit vooral relevant aan het begin of einde: bijvoorbeeld als je de trein neemt naar de startplaats van een route en de fiets pas daar ophaalt, of als je aan het eind van je tocht met fiets en al terugreist.
Verkeersregels die voor fietsers gelden
Een paar basisregels die op vrijwel elke route terugkomen:
- Op de meeste kruisingen zonder verkeerslichten heeft verkeer van rechts voorrang — ook als dat andere verkeer een fietser is.
- Haaientanden (witte driehoekjes op het wegdek) geven aan dat jij voorrang moet verlenen; een rechte streep geeft aan dat jij voorrang hebt.
- Fietsers rijden in principe rechts, en op een tweerichtingenfietspad zoveel mogelijk aan de eigen kant.
- Bij een rotonde binnen de bebouwde kom heeft de fietser op het fietspad vaak voorrang op uitrijdend gemotoriseerd verkeer — buiten de bebouwde kom is dat meestal omgekeerd. Dit verschilt lokaal, dus let altijd op de borden ter plaatse.
- Een fietshelm is in Nederland niet verplicht, ook niet voor toeristen — de meeste Nederlandse fietsers dragen er geen.
Weer en wind onderweg
Nederland heeft geen hoogteverschil van betekenis, maar wel een uitgesproken overwegend zuidwestenwind — zie De Windwijzer op de homepage om te zien hoe dat voor jouw gekozen route en richting uitpakt. Regenbuien zijn het hele jaar door mogelijk en meestal kortdurend; een lichte regenjas en spatlappen op je fietstassen schelen meer dan een dikke jas. Op open dijkvakken en langs de kust voelt wind vaak feller aan dan het weerbericht doet vermoeden, simpelweg omdat er niets is dat hem breekt.
Bij pech onderweg
Een lekke band is de meest voorkomende pech op een meerdaagse tocht. In vrijwel elk Nederlands dorp met een woonkern van enige omvang is een fietsenmaker te vinden, vaak binnen fietsafstand van elk punt op de vijf routes op deze site — dat is een van de praktische voordelen van een dichtbevolkt land met fijnmazige infrastructuur. Bij een gehuurde fiets staat meestal een pechhulpnummer van de verhuurder op een sticker op het frame; bel dat nummer eerst voor je zelf een garage zoekt, want reparatiekosten worden dan vaak vergoed of geregeld.